Nu een maand gratis testen.

4.4 op Capterra

Nu een maand gratis testen.

4.4 op Capterra
Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst weer actief op schijnzelfstandigheid. Na bijna negen jaar handhavingspauze betekent dit dat opdrachtgevers en zzp'ers die de fout in gaan, geconfronteerd kunnen worden met naheffingen loonbelasting, premies werknemersverzekeringen en soms zelfs boetes – met terugwerkende kracht tot wel vijf jaar.
Voor veel ondernemers roept dit vragen op: wanneer werk je eigenlijk als echte zzp'er, en wanneer lijkt het daar alleen op? In dit artikel leggen we uit wat schijnzelfstandigheid inhoudt, hoe de Wet DBA werkt, welke criteria de Belastingdienst hanteert en hoe je als opdrachtgever of freelancer risico's vermijdt.
Schijnzelfstandigheid betekent dat iemand op papier als zzp'er werkt, maar in de praktijk feitelijk functioneert als werknemer. Denk aan een freelancer die alleen voor één opdrachtgever werkt, vaste werktijden aanhoudt, gebruikmaakt van bedrijfsmiddelen van de opdrachtgever en zich moet houden aan instructies over hoe het werk wordt uitgevoerd.
Het probleem: zo iemand mist de bescherming van een arbeidscontract (denk aan loondoorbetaling bij ziekte, pensioenopbouw en ontslagbescherming), terwijl de opdrachtgever wél profiteert van lagere kosten omdat er geen loonheffingen en premies worden afgedragen. Precies dát wil de wetgever met de Wet DBA voorkomen.
De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) trad in mei 2016 in werking en verving de oude VAR-verklaring. Het doel: opdrachtgevers en zzp'ers samen verantwoordelijk maken voor het beoordelen of een opdracht daadwerkelijk als zelfstandige arbeid kan worden uitgevoerd, of dat er eigenlijk sprake is van een dienstbetrekking.
Sinds de invoering gold jarenlang een handhavingsmoratorium: de Belastingdienst controleerde wel, maar legde alleen boetes op bij kwaadwillendheid. Dat is veranderd. Per 1 januari 2025 is dit moratorium opgeheven en kan de Belastingdienst weer volledig handhaven, inclusief naheffingen met terugwerkende kracht. Voor 2025 geldt nog een overgangsjaar waarin geen vergrijpboetes worden opgelegd als bedrijven aantoonbaar stappen zetten om schijnzelfstandigheid aan te pakken – maar naheffingen zijn al wél mogelijk.
Tussen 2016 en 2025 controleerde de Belastingdienst nauwelijks. Veel bedrijven zijn daardoor gewend geraakt aan constructies die eigenlijk niet door de beugel kunnen. Sinds 1 januari 2025 is dat verleden tijd: een controle kan leiden tot naheffing van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen, met terugwerkende kracht tot maximaal vijf jaar.
Juridisch gezien is er sprake van schijnzelfstandigheid wanneer een arbeidsrelatie voldoet aan de drie kenmerken van een arbeidsovereenkomst uit het Burgerlijk Wetboek: persoonlijke arbeid, loon en een gezagsverhouding. Als deze drie elementen aanwezig zijn, maakt het label "zzp-overeenkomst" op het contract niets meer uit – de rechter en de Belastingdienst kijken naar de feitelijke situatie, niet naar de titel boven het document.
Het gaat dus niet om kwaad opzet alleen. Ook opdrachtgevers die te goeder trouw handelen, maar onbewust een schijnconstructie in stand houden, lopen risico op naheffingen.
Een echte zzp'er bepaalt zelf hoe, waar en wanneer het werk wordt uitgevoerd, loopt ondernemersrisico, werkt voor meerdere opdrachtgevers en investeert in eigen materiaal, marketing of scholing. Een schijnzelfstandige mist deze kenmerken: die werkt structureel voor één opdrachtgever, tegen instructies aan, zonder enig financieel risico – kortom, feitelijk als werknemer, maar zonder de bijbehorende rechten.
Het verschil zit hem dus niet in het contract, maar in de dagelijkse praktijk. Twee freelancers met identieke overeenkomsten kunnen juridisch gezien totaal verschillend worden beoordeeld, simpelweg omdat de een zelfstandig werkt en de ander onder strakke sturing van de opdrachtgever.
Een goed opgestelde overeenkomst van opdracht is een prima startpunt, maar biedt geen garantie. Zorg dat de praktijk ook klopt: laat de freelancer zelf zijn werktijden en -methode bepalen, en voorkom dat je diegene behandelt als vast personeel tijdens werkoverleg, functioneringsgesprekken of teamuitjes.
Er bestaat geen simpel lijstje met vinkjes dat direct uitsluitsel geeft. De Hoge Raad gaf in het spraakmakende Deliveroo-arrest (maart 2023) wel duidelijke richting: rechters en de Belastingdienst wegen meerdere factoren tegen elkaar af, waarbij geen enkele factor op zichzelf doorslaggevend is.
Volgens de lijn die de Hoge Raad heeft uitgezet, spelen de volgende elementen een rol bij de beoordeling van een arbeidsrelatie:
| Criterium | Wat wordt beoordeeld |
|---|---|
| Gezag | Kan de opdrachtgever aanwijzingen geven over de manier van werken? |
| Aard en duur werk | Gaat het om een eenmalig project of structureel terugkerend werk? |
| Beloning | Is er een marktconform uurtarief, of lijkt het op een salaris? |
| Ondernemersrisico | Loopt de freelancer financieel risico bij ziekte of tegenvallend werk? |
| Ondernemerschap | Zijn er meerdere opdrachtgevers, eigen investeringen en acquisitie? |
| Persoonlijke verplichting | Moet de opdracht persoonlijk worden uitgevoerd, of mag er vervanging worden geregeld? |
Fysieke, virtuele of tijdelijke betaalkaarten en creditcards – de keuze is aan jou.
De gezagsverhouding is verreweg de zwaarst wegende factor in de toetsing van de Wet DBA. Kort gezegd: is de opdrachtgever bevoegd om instructies te geven over hoe, wanneer en waar het werk wordt uitgevoerd, en moet de freelancer die instructies opvolgen? Zo ja, dan lijkt de relatie sterk op een dienstverband, ongeacht wat er in de overeenkomst staat.
Een gezagsverhouding hoeft niet expliciet te zijn. Ook impliciete sturing telt mee: verplichte aanwezigheid bij het wekelijkse teamoverleg, een vaste werkplek toewijzen, of verwachten dat iemand reageert op elk bericht binnen kantoortijden. Precies daarom raadt de Belastingdienst aan om dit soort praktijken kritisch te bekijken, ook als de overeenkomst zelf keurig is opgesteld.
Bij een geconstateerde schijnconstructie is het niet alleen de freelancer die risico loopt. De opdrachtgever kan met terugwerkende kracht worden aangeslagen voor loonbelasting en premies werknemersverzekeringen, plus belastingrente. Dit kan al snel oplopen tot duizenden euro's per geval, zeker bij langlopende samenwerkingen.
"Schijnzelfstandigheid ontstaat zelden met opzet – meestal sluipt het erin doordat een tijdelijke samenwerking langzaam een vast dienstverband wordt zonder dat iemand het zo noemt. Sinds de Belastingdienst weer volop handhaaft, loont het om regelmatig kritisch naar je opdrachten te kijken: werkt iemand écht zelfstandig, of gedraagt de samenwerking zich stiekem als een dienstverband?"
- Dimitri Jordens, Expert financiële content
Wordt een arbeidsrelatie na controle alsnog gekwalificeerd als dienstverband, dan volgen doorgaans deze stappen:
Voor 2025 geldt een overgangsregeling: bedrijven die aantoonbaar werk maken van het herstructureren van schijnconstructies, ontlopen in de meeste gevallen een vergrijpboete. Naheffingen zelf blijven echter mogelijk vanaf 1 januari 2025.
Of je nu opdrachtgever of freelancer bent: met een paar concrete stappen verklein je het risico aanzienlijk.
Een overzichtelijke administratie helpt niet alleen bij de jaarlijkse belastingaangifte, maar levert ook direct bewijs op dat je als zelfstandige onderneemt: eigen facturen, wisselende opdrachtgevers en zichtbare bedrijfskosten.
Open binnen enkele minuten een zakelijke rekening – snel, eenvoudig en 100% online. Start vandaag nog met slim financieel beheer.
Met de terugkeer van actieve handhaving is schijnzelfstandigheid geen ver-van-je-bedshow meer, maar een reëel risico voor elke opdrachtgever die met zzp'ers werkt. Gelukkig is de oplossing niet ingewikkeld: zorg dat de praktijk overeenkomt met wat er op papier staat, geef freelancers echte zelfstandigheid, en houd je administratie op orde.
Werk je zelf als zzp'er? Dan helpt een overzichtelijke zakelijke rekening met geïntegreerde facturatie je niet alleen om sneller betaald te worden, maar ook om aan te tonen dat je een echte ondernemer bent – met wisselende klanten, eigen facturen en een duidelijke scheiding tussen privé en zakelijk.